ECLI:NL:RBNHO:2025:5747
Rechtbank Noord-Holland · 26-05-2025 · zaaknummer C/15/343800 / FA RK 23-4318
Inhoudsindicatie
Partijen hebben vóór de zitting afspraken gemaakt over verschillende punten, onder meer bepalen hoofdverblijfplaats en betaling kinderbijdrage. Zij hebben de rechtbank gevraagd een beslissing te nemen over de vakanties- en feestdagen, nu zij het hier niet over eens kunnen worden. De rechtbank verwerpt het standpunt van de moeder dat de minderjarige maar zeven (maximaal tien) dagen aaneengesloten bij de vader kan verblijven. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat een verblijf van twee weken bij één ouder bij een minderjarige van deze leeftijd gangbaar is en in het algemeen passend wordt geacht. Bijzondere omstandigheden waardoor dat in het geval van de minderjarige anders zou liggen zijn niet gebleken. Dat de vader er volgens de moeder andere opvattingen over opvoeding en veiligheid op na zou houden, is daarvoor onvoldoende. Dat de minderjarige onveilig zou zijn bij de vader is niet gebleken. Dat de vader volgens de moeder langere tijd uit het leven van de minderjarige is geweest is evenmin een reden. Bovendien stelt een periode van twee weken de vader in staat om met de minderjarige naar het buitenland te reizen en aldaar een langere periode te verblijven.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
