ECLI:NL:RBNHO:2025:3871
Rechtbank Noord-Holland · 08-04-2025 · zaaknummer 353364
Inhoudsindicatie
{Eiser} heeft een eenmanszaak. {gedaagde 1} is bestuurder en middellijk enig aandeelhouder van {gedaagde 2}, een groothandel in levensmiddelen. Partijen hebben jarenlang zaken met elkaar gedaan. Tussen partijen is een geschil ontstaan over een door partijen ondertekende akte van geldlening. In de akte staat dat {gedaagden} € 64.000,00 aan {Eiser} verschuldigd zijn. {Eiser} vordert in conventie dat {gedaagden} hoofdelijk worden veroordeeld tot terugbetaling van dat bedrag, vermeerderd met rente en kosten. {gedaagden} voeren aan dat zij slechts een bedrag van € 13.000,00 hebben ontvangen, waarvan zij € 3.500,00 al hebben afgelost. Verder stllen zij dat zij op hun beurt geld aan {Eiser} hebben uitgeleend en doen zij een beroep op verrekening. In reconventie vorderen {gedaagden} terugbetaling door {Eiser} van door hen aan hem uitgeleende bedragen en betaling van nog openstaande facturen van {gedaagde 2} tot een bedrag van € 16.770,39. De rechtbank is van oordeel dat de vordering in conventie van {Eiser} toewijsbaar is. De vordering in reconventie van {gedaagde 2} zijn niet toewijsbaar. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
