Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2025:3620

Rechtbank Noord-Holland · 01-04-2025 · zaaknummer C/361288/HA RK-25-13

Civiel rechtGepubliceerd 02-04-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoek toegewezen. In artikel 2.5 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland is opgenomen dat een rechter kan worden gewraakt tot het moment waarop in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van een einduitspraak. Vast staat dat de rechter de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op enig moment heeft geschorst, waarna verzoeker de rechter bij terugkomst in de zaal heeft gewraakt. Op dat moment had de rechter nog geen aanvang gemaakt met het doen van een einduitspraak. Verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. De rechter heeft de behandeling van het wrakingsverzoek niet afgewacht, maar heeft (zoals hij zich had voorgenomen) mondeling uitspraak gedaan in de hoofdzaak. De Wrakingskamer is van oordeel dat de rechter de behandeling had moeten schorsen en de uitspraak in de hoofdzaak had moeten uitstellen totdat op het wrakingsverzoek was beslist. De rechter heeft door zijn handelwijze de wrakingsprocedure, zoals neergelegd in artikel 37, vijfde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, veronachtzaamd. De volgende vraag die beantwoord moet worden, is wat daarvan de consequentie moet zijn. De Wrakingskamer heeft geen aanwijzingen kunnen vinden die leiden tot de conclusie van enige vooringenomenheid van de rechter bij de behandeling van de hoofdzaak, voorafgaand aan de schorsing. Doordat de rechter na de schorsing, voorafgaand aan de mondelinge uitspraak, het wrakingsverzoek ter zitting heeft genegeerd en (toch) mondeling uitspraak heeft gedaan, heeft verzoeker een objectieve bevestiging gekregen van het bij hem aanwezige gevoel dat aan hem een ongelijkwaardige positie ten opzichte van de andere partij werd gegund. De rechter heeft niet voorkomen dat bij verzoeker de gerechtvaardigde schijn van partijdigheid en vooringenomenheid is ontstaan. De Wrakingskamer is van oordeel dat in deze situatie - los van de vraag of daadwerkelijk getwijfeld moet worden aan de onpartijdigheid van de rechter - de bij verzoeker reeds aanwezige subjectieve vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Het voorgaande levert een uitzonderlijke omstandigheid op, die leidt tot een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker heeft gehandeld op een wijze waardoor de onpartijdigheid geacht moet worden schade te hebben geleden. De rechtbank zal het verzoek tot wraking daarom toewijzen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.