ECLI:NL:RBNHO:2025:14903
Rechtbank Noord-Holland · 20-11-2025 · zaaknummer 11699343 \ AO VERZ 25-26 en 11706554 \ AO VERZ 25-28
Inhoudsindicatie
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding na een ontslag op staande voet. Ook wordt verzocht om de werkgever te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag op staande voet (rechts)geldig is. De kantonrechter oordeelt dat is komen vast te staan dat de handelwijze van de werknemer ten aanzien van het bestellen van onderdelen voor en het overmaken van gelden aan haar levenspartner een dringende reden opleveren en dat deze handelwijze een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Dit gedrag is ook ernstig verwijtbaar, waardoor de werknemer het recht op een transitievergoeding verliest. Verder oordeelt de kantonrechter dat de werkgever recht heeft op een gefixeerde schadevergoeding en dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer, zodat de werknemer aansprakelijk is voor de door de werkgever geleden schade en deze moet vergoeden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
