ECLI:NL:RBNHO:2024:8476
Rechtbank Noord-Holland · 25-07-2024 · zaaknummer 24/2866 en 24/2964
Inhoudsindicatie
Het vergunde bouwplan en de kapvergunning zien op de bouw van een nieuwe villa en het kappen van zes bomen op het perceel Willinklaan 2, Bennebroek. De nieuwe villa is deels voorzien op gronden met de bestemming Wonen – 2 en Villagebied en deels met de bestemming Tuin. In het bouwplan is een ondergrondse garage (en berging) voorzien. […] Vervolgens ligt de vraag voor of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat als gevolg van de verleende omgevingsvergunning geen onevenredige schade wordt toegebracht in de zin van artikel 17.4.1 aanhef en onder g, van de planvoorschriften. Slechts indien geen sprake is van onevenredige schade kan de binnenplanse vrijstelling worden verleend. De (vergunde) kap ziet op zes bomen waaronder drie eiken met een stamdiameter van 55 tot 65 centimeter. Niet in geschil is dat de verwijdering van bomen om plaats te maken voor een grotere villa meebrengt dat enige schade ontstaat aan de bestaande landschapswaarden ter plaatse. Maar de voorzieningenrechter is op basis van de adviezen van de ARK, het verhandelde ter zitting en ook de inbreng van de door Groen ingeschakelde bomenexpert ing. M. van Oossanen er niet van overtuigd geraakt dat verweerder deze schade als onevenredig had moeten oordelen. Daartoe is van belang dat voor wat betreft de landschapswaarden niet enkel het perceel waar het bouwplan is gepland, in ogenschouw moet worden genomen, maar deze landschapswaarden in de bredere context van de directe omgeving moeten worden bezien. Hierdoor is de impact niet zo groot als door verzoekers wordt betoogd. Voorts is van belang dat er voor de kap van de drie eiken vier bomen met een stamomtrek van 25 tot 30 cm op 1,30 m hoogte op het perceel moeten worden herplant. Er vindt dus compensatie plaats waardoor de landschapswaarden (op termijn) worden hersteld. Verder blijkt uit het rapport van Duifhuizen dat er weliswaar meerdere bomen (totaal elf waarvan voor zes een kapvergunning nodig is) moeten verdwijnen maar daarnaast blijkt uit het rapport ook dat er 16 bomen blijven staan. Gelet hierop bestaat er vooralsnog geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft mogen stellen dat er geen sprake zal zijn van onevenredige schade aan de landschapswaarden van de omgeving. Daarbij weegt ook mee dat de planwetgever met de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid ook juist heeft beoogd vergroting van bestaande woningen/villa’s in dit bomenrijke villagebied mogelijk te maken. Omdat de kap noodzakelijk is om het bouwplan te realiseren mag verweerder om dezelfde reden in redelijkheid het belang om te kappen zwaarder laten wegen dan het belang van het behoud van de bomen vanwege de landschappelijke waarden. Daarom is er ook geen grond voor het oordeel dat verweerder de kapvergunning in het licht van artikel 4:13 van de APV 2023 niet in redelijkheid mocht verlenen.
Rechters
Advocaten
- C.H. Norde
- R.M. Rensing
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
