ECLI:NL:RBNHO:2024:7655
Rechtbank Noord-Holland · 17-04-2024 · zaaknummer 22/804
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de verlengde navorderingstermijn van vijf jaar van toepassing is. Daarnaast heeft verweerder het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel niet geschonden. Ten aanzien van het standpunt van eiseres dat gewettigd vertrouwen is gewekt geldt het volgende. Een vergissing van de douaneautoriteiten kan op zichzelf niet tot gevolg hebben dat de utb moet worden verminderd. Ter zitting hebben partijen verklaard dat het beroep tevens moet worden beschouwd als rechtstreeks beroep tegen de afwijzing van het verzoek om terugbetaling. De rechtbank heeft daarom beoordeeld of de douaneautoriteiten een vergissing hebben begaan die eiseres redelijkerwijs niet kon ontdekken in de zin van artikel 119 van het DWU. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de bevinding en waarneming van de fysieke controle sprake is van een precieze toezegging waardoor gegronde verwachtingen zijn gewekt. Eiseres kon de vergissing niet redelijkerwijs ontdekken. Het verzoek om terugbetaling is daarom ten onrechte afgewezen. Het beroep ten aanzien van de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de utb verklaart de rechtbank ongegrond. Het beroep met betrekking tot de afwijzing van het verzoek om terugbetaling verklaart de rechtbank gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
