ECLI:NL:RBNHO:2024:7323
Rechtbank Noord-Holland · 20-06-2024 · zaaknummer HAA 22/3357
Inhoudsindicatie
Loonheffingen en internationaal belastingrecht. Eiser heeft vergoedingen ontvangen van zijn oud-werkgever ten uitvoering van een dadingsovereenkomst gesloten naar aanleiding van zijn ontslag op staande voet. Tussen partijen is in geschil of terecht loonheffingen zijn ingehouden op deze vergoedingen. Eiser meent dat zijn oud-werkgever in Japan gevestigd is en dat Nederland op basis van het belastingverdrag met Japan niet heffingsbevoegd is. De rechtbank is van oordeel dat de oud-werkgever als inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Wet loonbelasting kwalificeert en dat de vergoedingen als loon kwalificeren. Een beroep op het belastingverdrag met Japan kan eiser niet baten omdat het MLI in geval van een dubbele vestigingsplaats een onderlinge overlegprocedure tussen lidstaten voorschrijft en deze procedure niet is gevoerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
