ECLI:NL:RBNHO:2024:7035
Rechtbank Noord-Holland · 09-07-2024 · zaaknummer 23/354
Inhoudsindicatie
Eiser heeft bij het functioneel parket in Amsterdam (onderdeel van het Openbaar Ministerie) een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) voor informatie die verband houdt met de transactie met Uber, van maart 2019. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht het Woo-verzoek van eiser vervolgens heeft afgewezen omdat de opgevraagde informatie niet onder de reikwijdte van de Woo valt. De rechtbank constateert na inzage van de niet openbaar gemaakte documenten dat deze volledig bestaan uit strafvorderlijke gegevens zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Uit artikel 8.8. van de Woo volgt dat de Woo van toepassing is, tenzij een bij bijzondere wet vastgelegd apart regiem uit de bijlage van toepassing is. Een aantal titels uit de Wjsg zijn in de bijlage bij de Woo opgenomen als een bijzondere regeling. Daarmee is geregeld dat de Woo niet van toepassing is als een bepaling uit die genoemde titels van de Wjsg geldt. Er is geen reden om aan te nemen dat de wetgever met deze wettekst iets anders heeft beoogd. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van strijd met artikel 10 EVRM. De rechtbank sluit daarbij aan bij het toetsingskader, dat is vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 25 oktober 2017, ECLI:NLRVS:2017:2883. Het beroep is daarom ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
College van procureurs-generaal
verweerder · onbekend
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
