ECLI:NL:RBNHO:2024:6835
Rechtbank Noord-Holland · 10-07-2024 · zaaknummer 11118061 \ VV EXPL 24-99
Inhoudsindicatie
Na sluiting van de woning voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet heeft Woningbedrijf Velsen de huurovereenkomst voor de woning buitengerechtelijk ontbonden. Die bevoegdheid heeft zij op grond van artikel 7:231 lid 2 BW. De kantonrechter vindt het belang van Woningbedrijf Velsen bij ontbinding van de huurovereenkomst in de gegeven omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van de huurder bij behoud van deze woning. Dit betekent dat niet gezegd kan worden dat de uitoefening van de bevoegdheid om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hieruit volgt dat de geëiste maatregel tot ontruiming niet disproportioneel is, omdat de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft. De termijn voor ontruiming wordt gesteld op één maand. Omdat het ook vanuit het oogpunt van de huurder zelf niet wenselijk is dat hij pertinent terugkeert naar de woningen dat SIG daarom al bezig is met het vinden van alternatieve woonruimte acht de kantonrechter een ontruimingstermijn van één maand voldoende om de belangen van de huurder te waarborgen. Een langere periode zou teveel afbreuk doen aan het belang van Woningbedrijf Velsen en – daarmee samenhangend – het belang van de omwonende huurders. De bewindvoerder van de huurder wordt veroordeeld om de woning te ontruimen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
