ECLI:NL:RBNHO:2024:6737
Rechtbank Noord-Holland · 09-07-2024 · zaaknummer 353287
Inhoudsindicatie
Vordering tot gebod intrekken beroep bij bestuursrechter tegen beslissing op bezwaar waarin bezwaren van gedaagde tegen drie verleende omgevingsvergunningen ongegrond zijn verklaard. De vordering wordt afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het door eiseressen aangedragen argument dat geen sprake is van strijd met het exploitatieplan of bestemmingsplan niet kan leiden tot de conclusie dat sprake is van een bij voorbaat kansloze beroepsprocedure. Eevenmin acht de voorzieningenrechter evident dat het beroep van gedaagde zal stranden op het relativiteitsvereiste. Ook volgt zij de stelling niet dat gedaagde de beroepsprocedure onmiskenbaar met een ander doel heeft ingesteld dan waarvoor de bevoegdheid is verleend, alsthans met geen ander doel dan eiseresssen te schaden. Aangenomen wordt dat het instellen van het beroep voor eiseressen potentieel zeer vertrekkende nadelige gevolgen kan hebben. Hoewel niet ter discussie staat dat gedaagde bij de uitoefening van haar procesbevoegdheid belangen van derden niet geheel uit het oog mag verliezen, is echter onvoldoende aannemelijk dat het belang van eiseressen om te worden gevrijwaard van die nadelige gevolgen, zodanig onevenredig wordt geschaad door het instellen van beroep dat gedaagde deze bevoegdheid niet in redelijkheid kan uitoefenen. Het gaat immers om de uitoefening van een grondrecht door gedaagde. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat bestuursrechtelijke procedures kunnen worden gevoerd over verleende (en nog niet onherrroepelijke) vergunningen.
Rechters
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
