ECLI:NL:RBNHO:2024:3177
Rechtbank Noord-Holland · 19-03-2024 · zaaknummer HAA - 21 _ 3218
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Partieel buitenlandse belastingplicht en doorstootregeling lucratief belang. Eiser heeft voor de onderhavige jaren gekozen voor de partieel buitenlandse belastingplicht. Gedurende de onderhavige jaren hield eiser (middellijk) lucratief belang aandelen via zijn aanmerkelijk belang in een in het buitenland gevestigde vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat eiser als partieel buitenlands belastingplichtige kon kiezen voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001. Eiser kon zijn keuze voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001 maken door de voordelen uit zijn middellijk lucratief belang niet aan te geven. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser voor alle onderhavige jaren heeft gekozen voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001. Verweerder heeft de voordelen uit eisers middellijk lucratief belang ten onrechte in de heffing betrokken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
