ECLI:NL:RBNHO:2024:12709
Rechtbank Noord-Holland · 05-12-2024 · zaaknummer 358364
Inhoudsindicatie
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Na het einde van hun relatie is een geschil ontstaan over de gezamenlijke woning. {gedaagde} woont in de woning. {Eiser} wil de woning verkopen. Tijdens de mondelinge behandeling van een eerder kort geding hebben partijen overeenstemming bereikt en vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. {Eiser} vordert nu samengevat nakoming van de vaststellingsovereenkomst (wat betekent dat de woning wordt verkocht en {gedaagde} de woning moet verlaten) op straffe van verbeurte van een dwangsom. {gedaagde} vordert in reconventie ontbinding van de vaststellingsovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden en opschorting van de verkoop van de woning. Haar gezondheid is na het vorige kort geding verslechterd en haar zorgbehoeftige dochter woont bij haar in de woning. De voorzieningenrechter oordeelt dat zelfs indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat het beroep op onvoorziene omstandigheden in een eventuele bodemprocedure zal slagen (hetgeen in dit vonnis in kort geding verder in het midden blijft), van {Eiser} niet kan worden gevergd dat de verkoop wordt opgeschort. De vordering in conventie wordt toegewezen met de toevoeging dat {gedaagde} tot 1 juli 2025 in de woning kan blijven wonen, indien ze zich aan het vonnis houdt. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
