ECLI:NL:RBNHO:2023:9826
Rechtbank Noord-Holland · 27-09-2023 · zaaknummer 10316308 \ CV EXPL 23-709
Inhoudsindicatie
In deze zaak vordert eiseres hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van loon (met nevenvorderingen) over de periode 1 januari 2021 tot en met december 2022. De vordering wordt grotendeels afgewezen, omdat de vordering vanaf 4 januari 2021 het loon tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte betreft en eiseres geen deskundigenverklaring ex 7:629a BW heeft overgelegd. De vordering wordt wel toegewezen over de periode van 1 tot en met 3 januari 2021. De incidentele vordering (ex artikel 223 Rv) tot opheffing van het conservatoir beslag en de bankgarantie wordt afgewezen. Ook de tegenvordering wordt afgewezen. Niet gebleken is dat de wederpartij in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
