ECLI:NL:RBNHO:2023:9820
Rechtbank Noord-Holland · 26-09-2023 · zaaknummer 10620180 \ AO VERZ 23-86
Inhoudsindicatie
Werkneemster verzoekt (onder meer) om toekenning van een billijke vergoeding wegens een - volgens haar onterecht - gegeven ontslag op staande voet. Werkgeefster wordt in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat werkneemster haar partner heeft geholpen bij het mishandelen van de CEO van werkgeefster. De tegenvordering van werkgeefster om werkneemster te veroordelen tot het vergoeden van schade wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat werkgeefster als rechtspersoon schade heeft geleden als gevolg van (eventueel) onrechtmatig handelen door werkneemster jegens de CEO van werkgeefster. Werkgeefster wordt niet-ontvankelijk verklaard in tegenverzoeken m.b.t. de gefixeerde schadevergoeding wegens het verstrijken van de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 onderdeel a BW.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
