ECLI:NL:RBNHO:2023:8332
Rechtbank Noord-Holland · 20-07-2023 · zaaknummer 15-229354-20
Inhoudsindicatie
Jeugdstrafrecht; niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie; Halt straf De verdachte heeft op een JOM-zitting bij de officier van justitie een Halt straf opgelegd gekregen en deze vervolgens positief afgerond. Nadien is door beide slachtoffers (verbalisanten) een klaagschrift ingediend bij het Gerechtshof in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, wat uiteindelijk gegrond is verklaard. Hierop heeft het Openbaar Ministerie (alsnog) verdachte gedagvaard. In het afloopbericht van Halt staat echter uitdrukkelijk vermeld dat de officier van justitie de zaak seponeert en dat geen verdere vervolging zal plaatsvinden. De rechtbank is van oordeel dat het alsnog vervolgen van de verdachte daarom in strijd moet worden geacht met beginselen van gerechtvaardigd vertrouwen en een goede procesorde en het Openbaar Ministerie dientengevolge in haar vervolging niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat een behandeling ter terechtzitting van de onderhavige strafbare feiten, ertoe zou leiden dat verdachte tweemaal voor hetzelfde feit zou worden vervolgd en daarnaast is de redelijke termijn voor vervolging in ruime mate overschreden. Vervolging dient – mede gelet op het bijzondere pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht – geen enkel belang meer.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
