ECLI:NL:RBNHO:2023:7849
Rechtbank Noord-Holland · 31-07-2023 · zaaknummer HAA- 21/2026
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is in geschil of de belastingplichtige recht heeft op een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaarschrift. De belastingplichtige heeft een ingebrekestelling verzonden en daarin het referentienummer van een bezwaar van zijn fiscaal partner genoemd. Verweerder stelt dat de ingebrekestelling niet te herleiden is tot het bezwaar van de belastingplichtige vanwege het onjuiste referentienummer en het ontbreken van het BSN van de belastingplichtige. De belastingplichtige stelt dat uit de ingebrekestelling voldoende blijkt dat deze ziet op zijn bezwaar en niet op dat van zijn broer. De combinatie van zijn naam en zijn handtekening zou volgens hem leidend moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling op zichzelf beschouwd onvoldoende duidelijk maakt op welke aanvraag het betrekking heeft. Het per abuis vermelden van een onjuist referentienummer komt voor rekening en risico van de belastingplichtige. De belastingplichtige verzoekt om een dwangsom zodat op hem de verantwoordelijkheid rust om ervoor te zorgen dat de brief voldoet aan de vereisten van een ingebrekestelling. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur in redelijkheid ervan uit kon gaan dat de ingebrekestelling namens de fiscaal partner was ingediend en dat de inspecteur niet gehouden was om een machtiging te vragen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
