ECLI:NL:RBNHO:2023:7115
Rechtbank Noord-Holland · 11-07-2023 · zaaknummer 23/3180
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de sluiting van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet. De burgemeester komt de bevoegdheid tot sluiting toe als drugs in de woning zijn aangetroffen die daar voor verkoop, aflevering of verstrekking aanwezig zijn. In de rechtspraak wordt bij wijze van vuistregel bij de beoordeling of de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen erop wijzen dat die voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, aangesloten bij de door het openbaar ministerie voor een vergelijkbare beoordeling toegepaste criteria in de Richtlijnen voor strafvordering Opiumwet . Volgens die richtlijn wordt een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 gram en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 gram in beginsel als hoeveelheid aangemerkt die duidt op bezit voor eigen gebruik en dus niet voor handel. De hoeveelheid die is aangetroffen in de woning van verzoekers ligt hier inderdaad boven. Uit de Richtlijnen voor strafvordering Opiumwet van het openbaar ministerie volgt echter ook dat pas vanaf een hoeveelheid van 5 gram (bij harddrugs) en 30 gram (bij softdrugs) reeds op grond van die hoeveelheid sprake is van een zogeheten ‘dealerindicatie’ waarbij opzet op handel aan de orde is en wordt handel dus in beginsel aangenomen. Tussen 0,5 en 5 gram harddrugs en 5 en 30 gram softdrugs is volgens die richtlijn een extra indicatie nodig om aan te nemen dat sprake is van (opzet op) handel. Bij hoeveelheden boven 5 gram harddrugs en 30 gram softdrugs wordt handel verondersteld. Het is dus de vraag of verweerders stelling in het primaire besluit dat reeds uit de aangetroffen hoeveelheid volgt dat sprake is van handelshoeveelheden verdovende middelen, in bezwaar stand zal houden. Of andere omstandigheden die conclusie wel rechtvaardigen, zal dan nader onderzocht kunnen worden. De omstandigheden dat verzoeker eerder, maar niet omstreeks het aantreffen van de drugs, vanwege anonieme meldingen in verband zou zijn gebracht met drugshandel buiten de woning en dat de wijk kwetsbaar is, acht de voorzieningenrechter voor die conclusie vooralsnog niet toereikend. Of de wijze van verpakken van de drugs - en eventueel andere omstandigheden - daarvoor voldoende is, behoeft, tegenover de betwisting door verzoekers, ook nader onderzoek en uitleg in de bezwaarfase. Hetzelfde geldt voor het aantreffen van hennep gruis rond de toiletpot en het feit dat de politieambtenaren in de toiletpot papierresten hebben aangetroffen, waarvan niet duidelijk is wat daar mee wordt bedoeld in relatie tot (handel in) drugs, omdat niet is toegelicht wat voor soort papier dit is. Daarnaast kan de omstandigheid dat verzoeker een gebruiker is, een verklaring geven voor de verschillende registraties die omtrent hem in het politiesysteem staan. Tot slot kan de aanwezigheid van hard- en softdrugs en de wijze van verpakking van de verdovende middelen ook verklaard worden doordat verzoeker deze gekocht heeft als gebruiker. Daaruit volgt niet zonder meer dat dus sprake is van een handelshoeveelheid verdovende middelen. Dat sprake is van een drugs aanwezig voor verkoop, aflevering of verstrekking staat daarom tot heden onvoldoende vast, zodat niet is uitgesloten dat verweerder niet bevoegd is tot sluiting. Het bezwaar heeft daarom een redelijke kans van slagen. Ook valt de belangenafweging in het voordeel van verzoekers uit. De medische en overige omstandigheden van de meeste verzoekers brengen mee dat sluiting van de woning voor hen zeer ingrijpende gevolgen heeft, die nadere overweging behoeven. Het voorgaande is voor de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het besluit te schorsen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat verweerder op dit moment de woning (nog) niet mag sluiten.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de gemeente Zaanstad
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Zaanstad
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
