ECLI:NL:RBNHO:2023:6758
Rechtbank Noord-Holland · 01-06-2023 · zaaknummer HAA 21/206 t/m HAA 21/208
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft drie navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is het saldo inkomsten en aftrekposten eigen woning in geschil. Meer specifiek ligt de vraag voor welk deel van de schulden aangemerkt kan worden als bestaande eigenwoningschuld in de zin van artikel 10bis.1 van de Wet IB 2001 en in hoeverre de belastingplichtige recht heeft op renteaftrek. De Belastingdienst stelt dat de belastingplichtige niet de schuldenaar is van de bestaande schulden in verband met de woning. Subsidiair wordt het standpunt ingenomen dat voor de belastingplichtige voor maximaal 50% van de schulden sprake is van een bestaande eigenwoningschuld. De rechtbank oordeelt dat eiser voor 78% economisch mede-eigenaar van de woning is ingevolge een onderhandse akte. Dat eiser geen juridisch eigenaar was en dat de partner in koude uitsluiting gehuwd waren maakt dit niet anders. Ook afspraken omtrent de echtscheiding maakt het oordeel niet anders. De rechtbank komt tot vermindering van de navorderingsaanslagen wegens een hogere renteaftrek, toekenning van een vergoeding van immatteriele schade wegens een overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van verletkosten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
