ECLI:NL:RBNHO:2023:6612
Rechtbank Noord-Holland · 13-07-2023 · zaaknummer C/15/339714 / FA RK 23-2186
Inhoudsindicatie
Partijen hebben hun relatie reeds in 2021 beëindigd. Zij hebben na het beëindigen van hun relatie in mediation afspraken over de kinderen gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank lenen de verzoeken van de vrouw om toevertrouwing van de kinderen en een wijziging van de onderling afgesproken zorgregeling, die erop neerkomen dat zij de hoofdverzorger van de kinderen zou worden, zich niet voor een beoordeling in een voorlopige voorzieningenprocedure, vanwege de verstrekkende gevolgen daarvan. Er is wel een kinderbijdrage vastgesteld omdat partijen daar geen afspraak over hebben gemaakt. De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor een inschrijving van de kinderen op een school in [plaats], omdat het niet valt onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waar het verzoek om voorlopige voorzieningen op is gebaseerd.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
