ECLI:NL:RBNHO:2023:5553
Rechtbank Noord-Holland · 31-05-2023 · zaaknummer C/15/330880 / HA ZA 22-499
Inhoudsindicatie
Deze zaak gaat over de terugbetaling van de financiering die ING in 2007 heeft verstrekt aan de vof waarvan gedaagde samen met zijn broer de vennoten was. ING heeft de financiering in 2017 opgezegd. Gedaagde vindt dat hij als vennoot van de vof niet hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de financiering, omdat de onderneming van de vof in 2012 is ingebracht in een BV. ING heeft toen een omzettingsverklaring ondertekend. Vanaf dat moment bestond volgens gedaagde de schuld van de vof aan de bank niet meer, omdat het een schuld van de BV geworden was. Dit verweer van gedaagde slaagt niet, omdat de inbreng van de onderneming van de vof in de BV niet betekent dat de aansprakelijkheid is overgegaan naar de BV. In de omzettingsverklaring is dat ook zo vastgelegd. Daarin staat dat als aan de BV een nieuw krediet wordt verstrekt, dat krediet van de BV moet worden gebruikt om de financiering van de vof af te lossen. Die aflossing is niet gebeurd. Daarom is gedaagde niet ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid van de schuld van de vof aan de ING. Wel moet ING nog toelichten wat de hoogte is van de schuld en waarom zij de met gedaagde getroffen betalingsregeling mocht beëindigen, omdat partijen op deze onderdelen met elkaar van mening verschillen en de rechtbank deze informatie nodig heeft om hierop in een later vonnis te kunnen beslissen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
