ECLI:NL:RBNHO:2023:5274
Rechtbank Noord-Holland · 13-04-2023 · zaaknummer HAA 22/5954
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is in geschil of van rechtswege een vergunning aan eiser is verleend doordat verweerder niet tijdig op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een boothuis heeft beslist. Om te beoordelen of eisers beroep slaagt, is van belang welke voorbereidingsprocedure op de aanvraag van toepassing is. Daartoe is relevant of de zogeheten reguliere procedure of de uitgebreide voorbereidingsprocedure op de aanvraag van toepassing is. Op grond van artikel 25.2.1 van de planvoorschriften mogen op gronden met de bestemming ‘Water’ geen gebouwen en dus ook geen boothuis worden gebouwd. Verweerder kan daarom alleen met toepassing van een van de onderdelen van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) meewerken aan verlening van de aangevraagde vergunning. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op grond van artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) en dus met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, aanhef en onder 2°, van de Wabo aan de afwijking van het bestemmingsplan kan meewerken. De rechtbank is namelijk van oordeel dat het boothuis een ‘bijbehorend bouwwerk’ is zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 1, van bijlage II bij het Bor. Een boothuis past op zichzelf bij een aan het water gelegen woning. Ter zitting is door eiser toegelicht dat hij het boothuis wil gebruiken voor de stalling van zijn eigen boot. Eiser heeft een eigen boot die hij alleen recreatief gebruikt. De afmetingen van het boothuis zijn passend voor een boot voor eigen gebruik. De rechtbank is daarom van oordeel dat het boothuis strekt tot vergroting van het woongenot van de aan het water gelegen woning van eiser, zodat het boothuis functioneel verbonden is met die woning. Daarom is de reguliere voorbereidingsprocedure op de aanvraag van eiser van toepassing. De beslistermijn is daarom verstreken, zonder dat verweerder op de aanvraag heeft beslist. Dit betekent dat op grond van artikel 3.9, derde lid, van de Wabo en artikel 4:20b van de van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege aan eiser een vergunning is verleend. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
