ECLI:NL:RBNHO:2023:5221
Rechtbank Noord-Holland · 31-05-2023 · zaaknummer 22/4827
Inhoudsindicatie
Beroep tegen intrekking jachtakte. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er twijfel is gerezen of het voorhanden hebben van wapens en munitie aan eiser kan worden toevertrouwd. Op grond van het geldende beleid volgt uit het enkele feit dat eiser binnen de laatste vier jaar is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf waarbij een strafbeschikking is opgelegd reeds dat twijfel bestaat of het voorhanden hebben van wapen en munitie nog langer aan eiser kan worden toevertrouwd. Van een vergunninghouder wordt namelijk verlangd dat hij zich stipt houdt aan toepasselijke wettelijke regels en dat hij geen overtredingen begaat die gezien kunnen worden als (ernstige) aantasting van de rechtsorde. De overige strafbare feiten die omtrent eiser in het justitieel documentatiesysteem staan, zijn door de korpschef slechts genoemd in reactie op eisers bezwaarschrift maar zijn aan de intrekking van eisers jachtvergunning niet ten grondslag gelegd. Verweerder heeft dit ter zitting nogmaals expliciet bevestigd. Hetgeen eiser hieromtrent aanvoert leidt daarom niet tot een ander oordeel. Ook de omstandigheden rondom het incident op 24 april 2021 zoals genoemd in het mutatierapport, hebben geen doorslaggevende rol gespeeld bij de intrekking van de jachtakte. Het feit dat de strafbeschikking is opgelegd, in combinatie met het hoge alcohol promillage, was daarvoor al voldoende. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de verbalisanten als getuigen op te roepen en te horen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval ook geen redenen hoeven zien om te volstaan met een waarschuwing en/of om af te zien van de intrekking van de jachtakte van eiser. De motivering die verweerder in het bestreden besluit heeft gegeven over de door eiser naar voren gebrachte persoonlijke en disculperende omstandigheden acht de rechtbank daartoe toereikend. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Het beroep is daarom ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
