ECLI:NL:RBNHO:2023:5130
Rechtbank Noord-Holland · 09-05-2023 · zaaknummer HAA 21/2446, 21/2447 en 21/3413
Inhoudsindicatie
Een dochtermaatschappij in een Nederlandse fiscale eenheid heeft drie deelnemingen verkocht aan een (indirecte) zustermaatschappij gevestigd in Mauritius. In geschil is of rente gerekend moet worden over de verschuldigd gebleven koopsom. Eiseres neemt het standpunt in dat op het moment van overdracht van de deelnemingen sprake was van een verkapte winstuitdeling ter grootte van de niet-betaalde koopsom. De betrokken partijen zouden niet de intentie hebben gehad om een lening tot stand te brengen. Subsidiair neemt eiseres het standpunt in dat sprake is van een schijnlening. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat in afwijking van hetgeen is overeengekomen in de koopovereenkomsten geen betalingsverplichting is ontstaan en blijven bestaan. Ook de handelswijze van de betrokken partijen, waaronder de verwerking in de commerciële jaarrekeningen, wijst op het bestaan van een betalingsverplichting. Zodoende is geen sprake van een verkapte winstuitdeling. De rechtbank volgt het subsidiaire standpunt van eiseres eveneens niet, nu geen sprake kan zijn van een schijnlening omdat een terugbetalingsverplichting een wezenskenmerk van een lening is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
