ECLI:NL:RBNHO:2023:4969
Rechtbank Noord-Holland · 31-03-2023 · zaaknummer 10267367 WM
Inhoudsindicatie
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene zijn persoonlijke situatie aan de hand van de bij het beroepschrift meegezonden bewijsstukken voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De kantonrechter is op grond van artikel 9, lid 2, sub b van de WAHV daarom van oordeel dat de officier van justitie had moeten beslissen dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en waarin de betrokkene verkeerde ten tijde van de gedraging, het opleggen van een boete niet billijken. Het beroep is daarom gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
