ECLI:NL:RBNHO:2023:454
Rechtbank Noord-Holland · 18-01-2023 · zaaknummer 21_1437
Inhoudsindicatie
De vergoeding van immateriële schade komt aan eiser zelf toe en zal door de rechtbank rechtstreeks aan eiser worden uitbetaald. De rechtbank ziet erop toe dat het gedeelte van de vergoeding dat dient te worden betaald door de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) naar het rekeningnummer van eiser wordt overgemaakt en gaat ervan uit dat verweerder daarop eveneens toeziet voor het gedeelte van de vergoeding dat dient te worden betaald door verweerder. Dit is niet anders indien juist is dat in de algemene voorwaarden van het kantoor van de gemachtigde is geregeld dat de vergoeding dient te worden uitbetaald aan het kantoor van de gemachtigde, omdat de rechtbank niet gehouden is hetgeen eiser en de gemachtigde onderling hebben afgesproken, te volgen. De rechtbank merkt nog op dat de omstandigheid dat in de algemene voorwaarden is vastgelegd dat de vergoeding van immateriële schade toekomt aan de gemachtigde, kan leiden tot het bestaan van bijzondere omstandigheden die aanleiding vormen om te twijfelen aan de aanwezigheid van (de in beginsel veronderstelde) spanning en frustratie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Gemeente Zaanstad
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Gemeente Zaanstad
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
