ECLI:NL:RBNHO:2023:4147
Rechtbank Noord-Holland · 05-04-2023 · zaaknummer HAA - 22/3123
Inhoudsindicatie
Aan eiser is een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen opgelegd. Eiser stelt zich op het standpunt dat sprake is van een ingevolge artikel 110 van het VWEU verboden onderscheid in heffing tussen NEDC1 en WLTP/NEDC2 geteste auto’s, voor zover de auto’s soortgelijk zijn en de WLTP/NEDC2 geteste auto zwaarder wordt belast. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aan de op hem rustende bewijslast voldaan. Vaststaat dat de auto van eiser na 1 juni 2018, namelijk op 4 december 2018, is geproduceerd. Hierdoor voldoet de auto niet aan de criteria van de Europese Kaderrichtlijn 2007/46. De auto zou daarom niet tot een Nederlandse restantvoorraad kunnen behoren terwijl dit voor de referentieauto - zo begrijpt de rechtbank het betoog van eiser - wel het geval is. Reeds om die reden kan eiser niet worden gevolgd in zijn betoog dat als gevolg van de restantvoorraadregeling op de auto van eiser meer bpm wordt geheven dan op een gelijksoortige binnenlandse auto rust. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
