ECLI:NL:RBNHO:2023:411
Rechtbank Noord-Holland · 23-01-2023 · zaaknummer HAA - 21/6940
Inhoudsindicatie
In geschil is (onder andere) of eiseres recht heeft op de ondernemersfaciliteiten. Eiseres stelt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat het handhavingsmoratorium begunstigend beleid vormt voor een groep schijn-ondernemers die in werkelijkheid werknemers zijn. Volgens eiseres moeten daarom alle (echte) werknemers als gelijk geval worden aangemerkt en ook de ondernemersfaciliteiten krijgen. Volgens verweerder is eiseres werknemer en is zij dus juist belast. Eiseres is volgens verweerder niet in feite en rechtens vergelijkbaar met een ondernemer en is het ook niet zo dat bij alle schijn-ondernemers niet gehandhaafd wordt. Het handhavingsmoratorium houdt in dat dat bij opdrachtgevers tijdelijk niet op de kwalificatie van de arbeidsrelatie gehandhaafd wordt, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of een aanwijzing. Het gaat hier om handhaving op de kwalificatie van de arbeidsverhouding bij opdrachtgevers. Een onjuiste kwalificatie waarop geen handhaving heeft plaatsgevonden leidt dan tot een verkeerde inhouding van loonheffing. Het handhavingsmoratorium ziet echter volgens de teksten in de documenten die hierop betrekking hebben niet op controles in de inkomstenbelasting, zoals bijvoorbeeld de controle van aangiften waarin ondernemersfaciliteiten worden geclaimd. Hierover heeft verweerder verklaard dat het ook in de praktijk zo is dat de handhaving in de inkomstenbelasting losstaat van handhaving in de loonbelastingsfeer en dat de handhaving in de inkomstenbelasting dus niet onder het handhavingsmoratorium valt, maar gewoon plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit al met zich mee dat eiseres ten onrechte aanspraak maakt op de ondernemersfaciliteiten. Naar het oordeel van de rechtbank is verder niet aannemelijk dat het handhavingsmoratorium in het opzicht van de ondernemersfaciliteiten een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling oplevert tussen werknemers die door hun werkgever als werknemer worden gekwalificeerd en werknemers die door hun werkgever ten onrechte niet als werknemer worden gekwalificeerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
