ECLI:NL:RBNHO:2023:2888
Rechtbank Noord-Holland · 31-03-2023 · zaaknummer C/15/326962 / FA RK 22-1682
Inhoudsindicatie
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij niet draagplichtig is voor de schulden op naam van de man die ontstaan zijn tijdens het geregistreerd partnerschap. Haar beroep op artikel 1:100 lid 2 BW (nieuw) slaagt niet, omdat er geen sprake is van een negatieve boedel. Het beroep van de vrouw op de redelijkheid en billijkheid en de jurisprudentie met betrekking tot 1:100 BW zoals dat gold tot 1 januari 2018, slaagt wel. De man is structureel nalatig geweest in het nakomen van de door hem aangegane financiële verplichtingen. Hij heeft de schuldenlast enkel laten oplopen en is nalatig geweest om de vrouw tijdig te informeren zodat de vrouw ook niet de mogelijkheid heeft gehad om gepaste maatregelen te nemen. Het gevolg hiervan is dat de vrouw is geconfronteerd met een hoge schuldenlast met bijkomende incasso- en proceskosten. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het onaanvaardbaar dat de vrouw draagplichtig is voor de genoemde schulden. De man heeft met zijn handelwijze de gemeenschap benadeeld als bedoeld in artikel 1:164 BW. De man heeft in de periode van zes maanden voor de datum van indiening van het verzoekschrift een bedrag van 6.769 euro van de bankrekening van de vrouw opgenomen. Dit bedrag heeft hij verspild en dient hij aan de gemeenschap te vergoeden. Hieruit volgt dat de vrouw een aanspraak heeft op 3.384 euro.
Rechters
Advocaten
- D.E. Oud
- S.M. Diepeveen-Goldhoorn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
