ECLI:NL:RBNHO:2023:1802
Rechtbank Noord-Holland · 01-03-2023 · zaaknummer C/15/326407 / FA RK 22-1352
Inhoudsindicatie
Echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen. Zorgregeling en voortgezet gebruik echtelijke woning. De in de voorlopige voorzieningenprocedure vastgestelde birdnestingregeling wordt voortgezet tot 1 juli 2023 en het verzoek van de vrouw om het voortgezet gebruik van de echtelijke woning worden afgewezen. De birdnestingregeling functioneert goed als zorgregeling, nu beide partijen hebben verklaard dat het goed gaat met de kinderen. Het belang van de vrouw bij het voortgezet gebruik van de woning weegt niet op tegen het belang van de man om ook gebruik te kunnen maken van de woning alsmede het belang van de kinderen dat de huidige regeling voorlopig wordt voortgezet. Er zal een eind aan de birdnestingregeling moeten komen, nu de echtelijke woning moet worden verdeeld en beide partijen een eigen woning moeten krijgen, waarin zij de kinderen kunnen ontvangen. De vrouw zal tot 1 juli 2023 de tijd hebben om vervangende woonruimte te vinden, welke periode lang genoeg wordt geacht. Met ingang van 1 juli 2023 wordt een andere zorgregeling vastgesteld. Kinderbijdrage. De rechtbank stelt een door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage vast van 151 euro per kind per maand. Er wordt rekening gehouden met een door de vrouw te ontvangen kindgebonden budget. Op basis van wat de man ter zitting heeft gezegd, wordt er namelijk van uitgegaan dat hij zich van het adres van de echtelijke woning zal uitschrijven. Benadrukt wordt dat hij de kinderen benadeelt indien hij dat niet doet. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een hogere verdiencapaciteit dan het werkelijke inkomen van de vrouw, omdat zij 32 uur per week werkt en al jarenlang niet gewerkt heeft in de branche waarin zij een Hbo-opleiding heeft afgerond. In de gegeven omstandigheden kan van haar niet worden verlangd dat zij meer gaat werken, omdat zij ook gedeeltelijk de zorg draagt voor twee kinderen, van wie één een verhoogde zorgbehoefte heeft. Verdeling. In geschil is of de schenking van de ouders aan de man van 120.000 euro, welk bedrag in mindering werd gebracht op de koopprijs van de woning die partijen van de ouders van de man hebben gekocht, met een uitsluitingsclausule is gedaan of niet. Vooropgesteld wordt dat op de voet van artikel 1:94 (oud) lid 2 aanhef en onder a Burgerlijk Wetboek, van de gemeenschap van goederen zijn uitgezonderd goederen ten aanzien waarvan bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen. Daarbij is van belang dat uit de woorden “bij de gift” blijkt, dat de schenker die een uitsluitingsclausule wil maken, dit dient te doen op het moment waarop de gift tot stand komt. Vast staat dat de schenking van de ouders van de man aan hem bestond uit een deel van de koopprijs van de woning die partijen van de ouders kochten, zodat het moment van de levering van de woning aan partijen bepalend is voor het oordeel of aan de voorwaarde is voldaan. Nu in de leveringsakte een uitsluitingsclausule ten behoeve van de man is opgenomen, is de conclusie dat het geschonken bedrag van € 120.000 niet in de gemeenschap van goederen valt. Ter zake van deze schenking heeft de man daarom een vergoedingsrecht jegens de gemeenschap.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
