ECLI:NL:RBNHO:2023:11947
Rechtbank Noord-Holland · 06-11-2023 · zaaknummer HAA 23/6353
Inhoudsindicatie
Ter beoordeling ligt voor een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar, gericht tegen de aan XYZ opgelegde lasten onder dwangsom. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. […] Vooralsnog is onzeker dat de lasten onder dwangsom in bezwaar ongewijzigd in stand kunnen blijven. Allereerst bestaat twijfel aan de uitleg door verweerder van artikel 6.4.4. aanhef en onder a, van de planvoorschriften. Gelet op deze bepaling is het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten buiten het bouwvlak in strijd met het bestemmingsplan “tenzij sprake is van tijdelijke opslag (maximaal zes maanden)”. Verweerders uitleg komt er op neer dat maximaal zes maanden aaneengesloten opslag van alle aanwezige agrarische producten tezamen is toegestaan, waarna de opslag geheel beëindigd moet worden. De tekst van artikel 6.4.4. aanhef en onder a sluit evenwel niet uit dat tijdelijke opslag van verschillende agrarische producten, telkens voor korter dan zes maanden, op verschillende momenten in het jaar is toegestaan. Dus bijvoorbeeld dat eerst gedurende drie maanden mest wordt opgeslagen en een maand later een ander agrarisch product voor vijf maanden. […] Verweerder moet zijn besluit op dit punt in bezwaar nader onderbouwen. In het verlengde hiervan moet verweerder ook bezien of de opgelegde lasten niet verder strekken dan het ongedaan maken en het voorkomen van herhaling van de gestelde overtreding. Tijdelijke opslag van agrarische producten is immers niet in strijd met het bestemmingsplan. Verweerder moet dan ook bezien of de last om (elke vorm van) opslag op de percelen te beëindigen en beëindigd te houden zonder verdere concretisering, in stand kan blijven. Gezien de onduidelijkheid over de juiste uitleg van artikel 6.4.4. aanhef en onder a is op dit moment ook niet duidelijk of verweerder zich op grond van de hiervoor genoemde controlerapporten terecht op het standpunt stelt dat verzoekers in strijd handelen met genoemd artikel. Temeer omdat […] uit de constateringen van de toezichthouders niet zonder meer blijkt dat de aanwezige agrarische producten langer dan 6 maanden aaneengesloten op de percelen waren opgeslagen. Uit de controlerapporten ontstaat eerder het beeld dat bij de diverse controles iedere keer andere agrarische producten zijn aangetroffen die daar met wisselende opslagduur hebben gelegen. Ook op dit punt moet verweerder in bezwaar ingaan. […] Gezien de onzekerheid over de uitkomst van de bezwaarprocedure en na weging van de wederzijdse belangen van partijen wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekers om het stro dat nu nog op de verharding ligt daar te laten liggen totdat gewassen er mee kunnen worden afgedekt en hun belang om de op korte termijn te verwachten bietenoogst op de verharding te leggen totdat deze door de afnemer wordt opgehaald, zwaarder dan het belang van verweerder bij het op korte termijn handhaven van de planvoorschriften. Daarbij heeft de voorzieningenrechter betrokken dat in de wintermaanden van de nu op de verharding liggende producten geen stank of ongedierteoverlast valt te verwachten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
