ECLI:NL:RBNHO:2023:11765
Rechtbank Noord-Holland · 21-11-2023 · zaaknummer HAA 23/602
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter kan niet anders dan vaststellen dat verzoekster direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag geen twee jaar in de gemeente Haarlemmermeer ingeschreven heeft gestaan, zodat verweerder verzoekster de weigeringsgrond (artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder j, van de Huisvestingsverordening) mocht tegenwerpen. Uit de ter zitting overgelegde uitdraai van de Brp blijkt namelijk dat verzoekster sinds 7 februari 2022 is ingeschreven in de gemeente Haarlemmermeer en dat zij daarvoor in de gemeente Aalsmeer stond ingeschreven. Dat verweerder in dit geval de urgentieverklaring niet mag weigeren omdat het adres in Aalsmeer slechts een postadres was, zoals verzoekster in de toelichting op haar aanvraag vermeldt, volgt de voorzieningenrechter niet. Dat verzoekster voldoet aan het vereiste dat zij direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag twee jaar in de gemeente Haarlemmermeer woonde, moet zij namelijk aantonen met een inschrijving in het Brp. Die eis is vanuit het oogpunt van controleerbaarheid niet onredelijk. […] De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich met deze motivering in redelijkheid het standpunt kon stellen dat verzoekster niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring op grond van de hardheidsclausule. De voorzieningenrechter heeft begrip voor de moeilijke situatie waarin verzoekster verkeert en het is zeer begrijpelijk dat verzoekster graag een plek voor zichzelf wil waar zij haar kinderen ook kan ontvangen en hen ieder een eigen slaapkamer kan bieden. Maar de voorzieningenrechter constateert ook dat deze situatie in de kern niet verschilt van de situatie waarin (veel) andere woningzoekenden met minderjarige kinderen verkeren na een relatiebreuk waarbij de andere ouder over passende woonruimte beschikt. Aangezien geen sprake is van dreigende dakloosheid van kinderen als bedoeld in de Beleidsregel en gezien de grote schaarste aan sociale huurwoningen, heeft verweerder deze situatie in redelijkheid niet als schrijnend kunnen aanmerken. […] De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
