ECLI:NL:RBNHO:2023:11258
Rechtbank Noord-Holland · 18-10-2023 · zaaknummer AWB - 21 _ 3944
Inhoudsindicatie
In geschil zijn de opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw voor de jaren 2014 tot en met 2016. Sprake is van een nieuw feit waardoor nagevorderd kon worden. Voor de jaren 2015 en 2016 heeft eiser de vereiste aangifte niet gedaan, zodat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Maar voor het jaar 2014 is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat eiser de vereiste aangifte heeft gedaan, aangezien hij niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV. Verweerder heeft een redelijke schatting gemaakt en eiser heeft niet aannemelijk (2014) danwel overtuigend aangetoond (2015 en 2016) dat de (navorderings)aanslagen tot te hoge bedragen zijn opgelegd. Verder is in geschil of eiser recht had op één dwangsom of dat verweerder voor ieder jaar afzonderlijk een dwangsom verschuldigd was. De bezwaarschriften vinden wel hun grondslag in hetzelfde feitencomplex, maar de bezwaarschriften zijn niet (nagenoeg) gelijktijdig ingediend, zodat verweerder voor ieder jaar afzonderlijk een dwangsom verschuldigd is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
