ECLI:NL:RBNHO:2022:8937
Rechtbank Noord-Holland · 17-10-2022 · zaaknummer 18/2499 t/m 18/2501
Inhoudsindicatie
Eiseressen zijn twee Nederlandse vennootschappen die behoren tot een internationaal opererend tabaksconcern (hierna gezamenlijk aan te duiden als: eiseres). Aan eiseres zijn aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd naar belastbare bedragen van € 105.330.172 (2011), € 383.863.546 (2012) en € 100.670.397 (2013). Voorts zijn aan eiseres vergrijpboetes opgelegd van in totaal € 1.794.382 (2012) en € 1.694.597 (2013). Het geschil spitst zich telkens toe op de vraag of de vergoedingen die diverse concernvennootschappen voor leveringen en diensten in rekening hebben gebracht als zakelijk kunnen worden aangemerkt. Voor de samenvatting van de beoordeling inzake de factoring fees, de garantie fees en het beroep op strijdigheid met het Europees recht wordt verwezen naar de inhoudsindicatie van de uitspraken in de zaken HAA 18/876 tot en met HAA 18/878 (ECLI:NL:RBNHO:2022:8936). De volgens de aangiften ter zake van de factoring fees verschuldigde belasting verschuldigde belasting in de jaren 2011 tot en met 2013 is aanzienlijk lager dan de werkelijk verschuldigde belasting, en de bedragen zijn op zichzelf beschouwd aanzienlijk. Eiseres wist dat te weinig belasting zou worden geheven door de factoring fees in aftrek te brengen en van een pleitbaar standpunt is geen sprake. Dat betekent dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Dit geldt voor de gehele uitspraak op bezwaar. De rechtbank oordeelt dat eiseres de kosten van introductie en terugtrekking van een sigaret op de Japanse markt ten laste van het fiscale resultaat 2011 heeft mogen brengen. Eiseres heeft niet onzakelijk gehandeld door bij de uitvoering van het introductieproject waarvoor zij verantwoordelijk was te vertrouwen op de expertise van andere concernvennootschappen. Zij was contractueel verplicht de kosten van het introductieproject voor haar rekening te nemen. Zij heeft niet onzakelijk gehandeld door conform het advies van de Japanse advocaat van het tabaksconcern ook de kosten van terugtrekking van de sigaret voor haar rekening te nemen. Eiseres heeft met een in november 2012 uitgegeven obligatielening twee bestaande leningen met een aflossingstermijn eindigend in juli 2013 afgelost. De rechtbank oordeelt dat eiseres de in deze periode per saldo betaalde rente op de nieuwe obligatielening op grond van goed koopmansgebruik niet behoeft toe te rekenen aan de resterende looptijd van deze lening. Er is geen sprake van vooruitbetaalde rentekosten. Dat er ten dele een causaal verband is tussen het aangaan van de nieuwe obligatielening en de herfinanciering van de bestaande lening per juli 2013 is onvoldoende om anders te oordelen. De uitgiftekosten voor zover toe te reken aan de per juli 2013 afgeloste lening behoeven niet vanaf dat moment over de resterende looptijd te worden verdeeld. Deze zijn namelijk onlosmakelijk verbonden met de nieuwe obligatielening. Een concernvennootschap brengt aan eiseres onder meer een vergoeding overeenkomend met een percentage van de winst van eiseres (profit split) in rekening voor activiteiten ten behoeve van het tabaksconcern die leiden tot kostenbesparingen bij eiseres. De rechtbank oordeelt dat eiseres er niet in slaagt te bewijzen dat de concernvennootschap een unieke bijdrage levert aan het tabaksconcern die de overeengekomen profit split kan rechtvaardigen. De concernvennootschap brengt aan eiseres voorts een vergoeding overeenkomend met een opslag van 12% op de kosten in rekening voor dienstverlening betreffende de productie van sigaretten. De rechtbank oordeelt dat eiseres in het kader van de omkering en verzwaring van de bewijslast niet heeft kunnen volstaan met een verwijzing naar de functionele analyse, aangezien die is gebaseerd op het onjuiste uitgangspunt dat de concernvennootschap kan worden vergeleken met een producent. Eiseres betaalt de concernvennootschap ten slotte sinds april 2012 een vergoeding van 10% op de kosten exclusief grondstoffen voor de productie van sigaretten als toll manufacturer, waar voordien tot de grondslag van deze vergoeding tevens de kosten van grondstoffen werden gerekend. De rechtbank stelt vast dat de goederenstroom gelijk is gebleven en dat eiseres operationeel verantwoordelijk is gebleven voor het productieproces. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van eiseres had gelegen feiten te stellen en te bewijzen waaruit volgt dat het zakelijk was om de beloningsgrondslag te wijzigen, hetgeen zij onvoldoende heeft gedaan. Eiseres heeft Innovations and Technology (I&T) royalty’s betaald van 2% van de netto omzet behaald met gebruikmaking van een licentie die door een concernvennootschap ter beschikking is gesteld. Daarnaast heeft zij 5% trade mark royalty’s betaald die niet in geschil zijn. De rechtbank overweegt dat de vergoedingen zich in een verrekenprijsgeschil binnen een bepaalde bandbreedte mogen bevinden, zodat eiseres in het kader van de omkering en verzwaring in haar bewijslast is geslaagd indien zij doet blijken dat de totale royalty van 7% of de afzonderlijke 2% I&T royalty’s at arm’s length is. Eiseres slaagt echter niet in haar bewijslast. Voor de samenvatting van de beoordeling inzake de boetes in verband met de factoring wordt verwezen naar de inhoudsindicatie van de uitspraken in de zaken HAA 18/876 tot en met HAA 18/878 (ECLI:NL:RBNHO:2022:8936). De rechtbank oordeelt inzake de boetes in verband de profit split en de dienstverlening als toll manufacturer dat uit het feit dat is voldaan aan het bewustheidsvereiste voor omkering en verzwaring niet volgt dat tevens is voldaan aan de vereisten voor het aannemen van opzet en dat verweerder opzet onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vermindert de aanslagen en boetebeschikkingen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
