ECLI:NL:RBNHO:2022:828
Rechtbank Noord-Holland · 02-02-2022 · zaaknummer 15/231968-20, rekestnr. 21.012609
Inhoudsindicatie
Verzoek schadevergoeding art. 530 Sv. Het gaat in deze zaak niet om de vraag of werkzaamheden door de advocaat zijn verricht, maar om de vraag of het billijk is de kosten daarvan aan de Staat in rekening te brengen. De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is. Dat verzoeker kundig door mr. Bouwman is bijgestaan en dat dat mogelijk heeft geleid tot het sepot, levert niet onmiddellijk grond op voor toewijzing van het verzoek. Het gerechtshof Amsterdam (GHAMS:2021:2442) heeft onder meer overwogen dat de enkele omstandigheid dat sprake is van een beleidssepot niet zonder meer betekent dat per definitie gronden van billijkheid ontbreken. Ook deze rechtbank heeft eerder (RBNHO:2020:3371) overwogen dat de code van een sepot niet leidend hoeft te zijn voor het antwoord op de vraag of het billijk is dat kosten aan de gewezen verdachte worden vergoed. Waar het om gaat is de vraag of de gewezen verdachte de kosten aan zijn eigen houding of gedrag heeft te wijten. Dat laatste is in deze zaak het geval. Daarom ook geen vergoeding van de kosten van het opstellen, indienen en ter zitting behandelen van het verzoekschrift.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- F.C.M. Weijnen
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
