ECLI:NL:RBNHO:2022:8057
Rechtbank Noord-Holland · 10-08-2022 · zaaknummer .: C/15/297353 / FA RK 19-7254 (partnerbijdrage) en C/15/302553 / FA RK 20-2320 (verdeling)
Inhoudsindicatie
De rechtbank is, mede gelet op het gegeven dat de kinderen van partijen inmiddels in hoge mate een eigen en zelfstandig leven hebben, van oordeel dat aan de zijde van de vrouw rekening gehouden moet worden met een verdiencapaciteit. De rechtbank laat bij dit oordeel meewegen dat het uitgangspunt is dat na echtscheiding ieder in zijn of haar eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien. Gezien de leeftijd van de vrouw (nu 49 jaar), haar academische opleiding, de situatie op de arbeidsmarkt, haar ervaring, haar internationale netwerk en naar de rechtbank aanneemt haar talenkennis, is de rechtbank van oordeel dat de vrouw in redelijkheid in staat moet worden geacht inkomsten tot een bedrag van bruto € 28.000 per jaar (bruto fictief jaarinkomen) te kunnen verwerven om gedeeltelijk in haar behoefte te voorzien.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
