ECLI:NL:RBNHO:2022:7756
Rechtbank Noord-Holland · 18-08-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 1301
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is ten eerste in geschil of de formele rechtskracht van het besluit tot verlening van de aangevraagde vergunning een beletsel voor de rechtbank vormt om te beoordelen of eiser een aanvraag voor een buitenplanse afwijking heeft gedaan ter zake waarvan leges kunnen worden geheven. Dat in de rechtspraak over de heffing van leges ter zake van de aanvraag van een vergunning soms doorslaggevend belang wordt toegekend aan hetgeen in het besluit tot verlening van de vergunning is beslist erkent de rechtbank, maar de aanwijzingen dat de belastingrechter bij de beoordeling van leges ter zake van de aanvraag van een vergunning niet is gebonden aan hetgeen in een besluit op die aanvraag wordt overwogen, wegen naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan de aanwijzingen voor het tegendeel. De rechtbank acht met name van belang dat de prijzenswaardige doch ongevraagde hulpvaardigheid van de gemeente bij de uitleg van een aanvraag niet erin mag resulteren dat ten onrechte leges worden geheven ter zake van die aanvraag, alsook dat in het algemeen geen rechtstreeks belang bestaat bij het aanwenden van rechtsmiddelen tegen de verlening van een vergunning die men heeft aangevraagd. De rechtbank komt dus toe aan de behandeling van de inhoudelijke klachten van eiser, namelijk of terecht leges in rekening zijn gebracht voor een ‘buitenplanse afwijking bouw (kruimelgeval)’. Dat is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval, omdat op basis van de plankaart, gelet op de schaal daarvan, niet kan worden vastgesteld of het aanbrengen van de isolatie resulteert in een overschrijding van de daarop aangewezen bouwgrenzen. Nu niet vastgesteld kan worden of sprake is van een overschrijding, zijn ten onrechte leges hiervoor in rekening gebracht. Ten overvloede is de rechtbank ingegaan op de vraag of, zo al een overschrijding van een bouwvlak zou kunnen worden geconstateerd, deze overschrijding onder de uitzondering van het voorschrift uit het bestemmingsplan valt, namelijk dat het is toegestaan bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 m. De rechtbank is van oordeel dat de door eiser aangebrachte isolatie een ondergeschikt onderdeel van het geïsoleerde gebouw is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Haarlem
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Haarlem
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
