ECLI:NL:RBNHO:2022:7688
Rechtbank Noord-Holland · 19-07-2022 · zaaknummer 15/710006-18
Inhoudsindicatie
Onderzoek 13Piqua. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte en zijn medeverdachte tezamen afwisten van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de bedrijfspanden en dat de verdachte en zijn medeverdachte daar samen wezenlijk en actief bij betrokken zijn geweest. De rechtbank is daarmee van oordeel dat de verdachte en zijn medeverdachte als medeplegers moeten worden aangemerkt bij het opzettelijk aanwezig hebben van de in de bewezenverklaring genoemde verdovende middelen. De rechtbank komt ook tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het in werkplaats 1 aangetroffen geldbedrag van € 26.757,- onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is, en dat de verdachte dit bedrag samen met zijn medeverdachte voorhanden heeft gehad. Overschrijding redelijke termijn met drie jaar. Taakstraf 240 uur met aftrek van voorarrest.
Advocaten
- M. Veldman
Officier van justitie
- D. Sarian
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
