ECLI:NL:RBNHO:2022:7297
Rechtbank Noord-Holland · 10-08-2022 · zaaknummer HAA 21/1859
Inhoudsindicatie
In geschil is de hoogte van de aanslagen ib/pvv en Zvw 2015 tot en met 2017. De rechtbank is van oordeel dat verweerder tegenover de betwisting door eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij het inkomen uit werk en woning voor de jaren 2015 tot en met 2017 niet te hoog heeft vastgesteld. Tussen partijen is niet langer in geschil dat een pand in de jaren 2015 tot en met 2017 als eigen woning dient te worden aangemerkt. Uit artikel 3.111 van de Wet IB 2001 volgt dat eiser en zijn echtgenote tezamen slechts één hoofdverblijf kunnen hebben. Daaruit volgt dat zij ook slechts één eigen woning kunnen hebben. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat een van de omstandigheden benoemd in dit artikel zich voordoet op grond waarvan hierop een uitzondering moet worden gemaakt, waardoor verweerder terecht het andere pand tot de grondslag sparen en beleggen heeft gerekend. De beroepen ib/pvv en ib/pvv 2016 worden gegrond verklaard en de overige beroepen ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
