ECLI:NL:RBNHO:2022:7070
Rechtbank Noord-Holland · 22-07-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 2273
Inhoudsindicatie
In geschil is of artikel 4.24 van de Wet IB 2001 van toepassing is op de negatieve vervreemdingsvoordelen voor de participaties in A FGR en B FGR, welke eiser heeft vervreemd aan A BV. Specifiek is de vraag in geschil of eiser een belang heeft behouden bij de activiteiten van A FGR en B FGR. Naar het oordeel van de rechtbank dient artikel 4.24, eerste lid, van de Wet IB 2001 zo gelezen te worden dat op het moment van de vervreemding van de participaties A FGR en B FGR aan A BV getoetst moet worden of eiser een belang heeft behouden bij de activiteiten van A FGR en B FGR. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser op het moment van de vervreemding een belang behouden bij de activiteiten van A FGR en B FGR, omdat A FGR en B FGR op dat moment nog steeds belegden in de door hen gehouden beleggingen. Dat voorafgaand aan de vervreemding een voornemen bestond om de beleggingsactiviteiten van A FGR en B FGR te beëindigen doet daar niet aan af. Verweerder heeft dan ook terecht de negatieve vervreemdingsvoordelen ten aanzien van de vervreemding van A FGR en B FGR aan A BV in aftrek geweigerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
