ECLI:NL:RBNHO:2022:7008
Rechtbank Noord-Holland · 17-06-2022 · zaaknummer AWB - 20 _ 6300
Inhoudsindicatie
Eiser stelt dat hij de gronden van het bezwaar heeft aangevuld bij brief van 5 augustus 2020, maar verweerder stelt de brief niet te hebben ontvangen. Op eiser rust de bewijslast dat hij de brief met de motivering heeft verzonden en dus ook het bewijsrisico van de verzending (CRvB 9 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3233). Eiser heeft de verzending niet aannemelijk gemaakt. Ook volgt uit de uitspraak op bezwaar niet dat verweerder toen over de gronden beschikte. De rechtbank verwijst naar HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1614 en is van oordeel dat het besluit om eiser niet-ontvankelijk te verklaren in dit geval in stand kan worden gelaten. In beide brieven voor herstel van het verzuim staat weliswaar niet een letterlijke vermelding dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard kan worden bij he niet voldoen aan de gestelde termijnen, maar beide brieven bevatten wel een verwijzing naar artikel 6:6 van de Awb waarin de mogelijkheid tot niet-ontvankelijkheid staat. Een dergelijke verwijzing moet voor een professioneel gemachtigde duidelijk zijn. Uit de omstandigheden volgt dat dit ook daadwerkelijk duidelijk was voor hem.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
