ECLI:NL:RBNHO:2022:6449
Rechtbank Noord-Holland · 22-06-2022 · zaaknummer 320249
Inhoudsindicatie
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor het realiseren van een dakopbouw op de woning van eiseres. De offerte bedroeg € 46.750,00. Ondanks diverse aanmaningen van eiseres heeft gedaagde het werk niet afgemaakt. Op 25 februari 2020 heeft gedaagde een boeteclausule getekend, waarin staat vermeld dat als hij per 8 maart 2020 niet klaar zal zijn met de werkzaamheden, hij een boete van € 200,- per dag is verschuldigd. Gedaagde is bij verstek veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, een bedrag van € 66.665,71. Eiser in het verzet komt in onderhavige procedure tijdig in verzet. Ter zitting heeft eiser in het verzet erkend dat hij in totaal een bedrag van € 21.740,71 aan gedaagde in het verzet is verschuldigd en dit bedrag wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank matigt de gevorderde boete op grond van artikel 6:94 BW tot een bedrag van € 17.500,-.
Rechters
Advocaten
- E.H.J. Slager
- J. Blokland
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
