ECLI:NL:RBNHO:2022:5795
Rechtbank Noord-Holland · 05-07-2022 · zaaknummer 15-288049-20
Inhoudsindicatie
Verdachte veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf in strafzaak verdwijning jonge vrouw. Onderzoek Castrop. De rechtbank concludeert dat buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het slachtoffer is overleden. Zij is tot op heden, inmiddels ruim vier jaren na het laatste teken van leven op 18 februari 2018, niet meer gezien en haar lichaam is niet gevonden, terwijl het dossier geen aanknopingspunten bevat dat zij vrijwillig is vertrokken. Het uitsluiten van de scenario’s van een natuurlijke dood en een onnatuurlijke dood (door ongeval of zelfdoding) laat slechts de mogelijkheid open dat het slachtoffer door geweld van een ander om het leven is gekomen en dat de dader haar lichaam heeft verborgen en/of weggemaakt om haar dood te verhullen. Dat scenario vindt naar het oordeel van de rechtbank ondersteuning in de bewijsmiddelen. De verdachte is, voor zover bekend, de laatste persoon die het slachtoffer levend heeft gezien. Uit zeer belastende uitlatingen van de verdachte tijdens OVC-gesprekken leidt de rechtbank zijn directe betrokkenheid bij de gewelddadige levensberoving van de jonge vrouw af. De verdachte heeft tijdens OVC-gesprekken onder andere gezegd: “Kheb dr gewoon vermoord”, “haar die avond doodgemaakt”, “zo door het hart”, “dood, klaar”. Deze uitlatingen zijn naar het oordeel van de rechtbank slechts voor één uitleg vatbaar. Op grond van deze uitlatingen en de onderlinge samenhang daartussen kunnen de uitlatingen van de verdachte over niets anders gaan dan over de dood van de vrouw. De verdachte heeft bijna onverbloemd gesproken over de gewelddadige levensberoving en het vervolgens wegmaken van het lichaam. Het pas op de zitting opgeworpen verweer dat de uitlatingen grootspraak zijn, verwerpt de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat de verdachte geen aannemelijke alternatieve interpretatie van de OVC-gesprekken en de door hem gedane uitlatingen heeft aangedragen. De uitlatingen van de verdachte schreeuwen om tekst en uitleg, maar hij heeft hierover geen openheid van zaken gegeven en ook geen context gegeven om de uitlatingen anders uit te leggen dan de rechtbank hiervoor heeft gedaan. Om die reden kent de rechtbank hieraan een zeer grote bewijswaarde toe. Op grond van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de zeer belastende OVC-gesprekken, staat voor de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat de verdachte geweld heeft gepleegd tegen het lichaam van de jonge vrouw om haar van het leven te beroven. Hoewel niet concreet vaststaat welk geweld is gepleegd, kan het niet anders dan dat het gepleegde geweld in ieder geval zodanig is geweest, dat het geschikt was om de dood te doen intreden en dat dat geweld naar de uiterlijke verschijningsvorm ook was gericht op dat gevolg. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet moet hebben gehad op de dood van de vrouw. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte bij het doden van de jonge vrouw heeft gehandeld met voorbedachten rade, noch dat hij in nauwe en bewuste samenwerking met een of meer anderen heeft gehandeld. Daarvoor bevat het dossier onvoldoende concrete feiten en aanknopingspunten. Dit alles mondt uit in de slotsom dat de rechtbank de verdachte veroordeelt voor doodslag en het vervolgens wegmaken van het lichaam van de jonge vrouw. De rechtbank veroordeelt de verdachte daarvoor tot 15 jaar gevangenisstraf. Samenhang met de uitspraak van 5 juli 2022 inzake 15-283937-20.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
