ECLI:NL:RBNHO:2022:4802
Rechtbank Noord-Holland · 03-06-2022 · zaaknummer HAA 21/437
Inhoudsindicatie
De voorzitter heeft aan de Beverwijkse Bazaar een last onder bestuursdwang opgelegd in verband met (herhaaldelijke) overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Noodverordening. De rechtbank is van oordeel dat de voorzitter onvoldoende heeft onderbouwd dat de Beverwijkse Bazaar met de preventieve maatregelen niet voldaan heeft aan de vereisten die zijn gesteld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Noodverordening. De constateringen van de voorzitter gaan in wezen over de handhaving van de maatregelen. Daarvoor is een afzonderlijke gebodsbepaling opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Noodverordening. De voorzitter heeft dit artikelonderdeel echter niet aan de last onder bestuursdwang ten grondslag gelegd. De last is immers opgelegd omdat de door de Beverwijkse Bazaar genomen preventieve maatregelen niet zouden voldoen aan de eisen van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Noodverordening. Er is echter geen reden om de maatregelen in strijd met die eisen te achten, zodat de voorzitter niet bevoegd was om wegens de maatregelen een last onder bestuursdwang op te leggen. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten van 22 augustus 2020 en 26 augustus 2020 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit.
Advocaten
- M.F.A. Dankbaar
- R.J. Lucassen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
