ECLI:NL:RBNHO:2022:4349
Rechtbank Noord-Holland · 13-04-2022 · zaaknummer 9665191 WM
Inhoudsindicatie
WAHV. De gemachtigde van betrokkene betoogt dat de officier van justitie bij de vergoeding van de proceskosten ten onrechte een half punt heeft toegekend voor het telefonisch horen, omdat de officier van justitie heeft geweigerd om in stemmen met een fysieke hoorzitting. Dat betoog kan niet slagen. Op zichzelf stelt de gemachtigde van betrokkene terecht dat de officier van justitie fysiek had moeten horen. Het is ook vaste rechtspraak dat telefonisch horen niet tot de mogelijkheden behoort, als de gemachtigde van betrokkene expliciet om een fysieke hoorzitting heeft verzocht, zoals hier het geval is (zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4789 en de uitspraak van 25 februari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1844). De omstandigheid dat de officier van justitie niet fysiek heeft gehoord, kan in dit geval niet tot gegrondverklaring van het beroep leiden. Het beroep van betrokkene tegen de boete is door de officier van justitie al gegrond verklaard en de beschikking waarbij die boete is opgelegd, is al vernietigd. Betrokkene kan met het beroep bij de kantonrechter dus geen ander of beter resultaat bereiken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
