ECLI:NL:RBNHO:2022:1875
Rechtbank Noord-Holland · 08-03-2022 · zaaknummer 15/231699-21
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor verkrachting. Dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, heeft de verdachte op zitting gedeeltelijk erkend en het DNA-monster dat diep vaginaal bij de aangeefster is afgenomen ondersteunt dit ook. Om tot een bewezenverklaring van verkrachting te komen, moet echter ook komen vast te staan dat de verdachte door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid de aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van die seksuele handeling. Dat daarvan sprake is acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. In het dossier is onvoldoende objectieve steun aanwezig voor de verklaring van de aangeefster op dat punt.
Advocaten
Officier van justitie
- A.M.H.G. Peters
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
