ECLI:NL:RBNHO:2022:1345
Rechtbank Noord-Holland · 26-01-2022 · zaaknummer HAA- 20/ 5389
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft aan eiser een aanslag ib/pvv 2016 opgelegd. Het aanslagbiljet vermeldt een te betalen bedrag, inclusief belastingrente, van € 10.252. Onder het kopje ‘op tijd betalen’ is vermeld dat het te betalen bedrag op 9 november 2018 op de rekening van verweerder moet staan. Bij kennisgeving van 20 november 2018 is aan eiser uitstel van betaling verleend, in afwachting van een uitspraak op het tegen de aanslag ingediende bezwaar. Na het doen van uitspraak op bezwaar op 8 juli 2020, waarbij eisers bezwaar tegen de aanslag ib/pvv 2016 is afgewezen, heeft verweerder bij kennisgeving van 23 juli 2020 eiser meegedeeld dat het verleende uitstel van betaling is vervallen. Eiser heeft vervolgens op 30 juli 2020 een betaling van € 10.252 gedaan. Eiser heeft bij beschikking van 12 augustus 2020 € 531 invorderingsrente in rekening gebracht omdat na de uiterste betaaltermijn van 9 november 2018 op de aanslag is betaald. In geschil is of de invorderingsrente terecht in rekening is gebracht. De rechtbank is van oordeel dat de invorderingsrente overeenkomstig de wettelijke bepalingen is berekend en vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
