ECLI:NL:RBNHO:2022:12170
Rechtbank Noord-Holland · 19-12-2022 · zaaknummer 15/132985-22 en 15/287753-20 (gev. ttz.)
Inhoudsindicatie
Bewezenverklaring van telkens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en telkens opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het betrof de invoer van ruim 29 kilogram respectievelijk ruim 22 kilogram hasjiesj en het bezit van ongeveer 11 kilogram respectievelijk 480 gram hasjiesj. De verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten bekend. De feiten en omstandigheden geven aanleiding een gevaar voor herhaling aan te nemen. Na het feit van 2020 heeft de verdachte zich opnieuw ingelaten met dezelfde groep mensen, zodat aangenomen moet worden dat hij stevig ingebed zit in die groep. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Advocaten
Officier van justitie
- W.M. van der Most
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
