ECLI:NL:RBNHO:2022:10102
Rechtbank Noord-Holland · 13-05-2022 · zaaknummer 9679213
Inhoudsindicatie
De gemachtigde stelt dat ontbreken van de mededeling van het recht om te worden gehoord op de inleidende beschikking voor de betrokkene reden is geweest om niet te verzoeken te worden gehoord. Gelet daarop kan aan het niet doen van een verzoek om te worden gehoord niet de betekenis toekomen dat de officier van justitie op de voet van artikel 7:17, onder d, van de Awb van horen mocht afzien. De kantonrechter zal - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen. meerdere boetes en de financiële situatie van betrokkene maakt dat de kantonrechter de eerste boete in stand laat en de overige boetes matigt tot nihil. Proceskostenvergoeding toegekend samenhangend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
