ECLI:NL:RBNHO:2021:9940
Rechtbank Noord-Holland · 20-10-2021 · zaaknummer 21/2984
Inhoudsindicatie
Eiser heeft op beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om handhaving. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat het verzoek van eiser om op te treden tegen het gebruik van het fietspad door gemotoriseerd verkeer in wezen een verzoek is om feitelijk handelen, namelijk het uitvoeren van (verkeers)controles. De reactie daarop is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:671, waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan alleen beroep worden ingesteld tegen een besluit of het niet tijdig nemen van een besluit. Omdat in dit geval geen sprake is van een besluit, staat daartegen geen rechtsmiddel open. De rechtbank is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde beroep. Rechtbank onbevoegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
