ECLI:NL:RBNHO:2021:9533
Rechtbank Noord-Holland · 28-10-2021 · zaaknummer C/15/306266 / FA RK 20-4268
Inhoudsindicatie
erkenning, omgang en gezag. IPR: Art 10:95 BW. Op bevoegdheid tot erkenning van de man is Servisch recht van toepassing. Op toestemming van de moeder is Bulgaars recht van toepassing. Naar Bulgaars recht is toestemming niet vereist. De andere ouder -in dit geval de moeder- heeft naar Bulgaars recht wel het recht om zich tegen de erkenning te verzetten, dit niet later dan binnen drie maanden nadat zij door de ambtenaar van de burgerlijke stand daarvan op de hoogte is gebracht. De uitvoering van het Bulgaarse recht is in het Nederlandse systeem niet mogelijk, nu de ambtenaar van de burgerlijke stand geen mogelijkheid heeft om de moeder ná de erkenning een termijn te stellen om in verweer te komen en daarna alsnog de erkenning zonder tussenkomst van de rechter ongedaan te maken. Daarmee wordt de moeder naar het oordeel van de rechtbank een -kosteloze- mogelijkheid ontnomen om zich te verzetten tegen de erkenning, hetgeen niet in overeenstemming is met het Bulgaarse recht en haar beschermde rechten zoals neergelegd in het Europese Verdrag voor de rechten van de mens. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in dit geval de eerste trede van de verwijzingsladder in artikel 10:95 lid 3 BW dient te worden gepasseerd en dat voor het toepasselijk recht moet worden uitgegaan van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder, onderscheidenlijk het kind, in dit geval Nederland.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
